In Nederland wordt relatief veel Engels gesproken. Niet gek dat kinderen op de basisschool al in aanraking komen met deze ‘vreemde’ taal. Doordat er ook op de middelbare school en op het middelbaar en hoger onderwijs aandacht aan besteed wordt, spreekt de gemiddelde Nederlander een aardig woordje Engels. Helaas gaat het lang niet altijd foutloos. In de praktijk zien we dat veel mensen dezelfde fouten maken. Daarom zetten we op deze pagina de 10 meestgemaakte fouten in het Engels op een rijtje.

  1. Because en since

    ‘Because’ en ‘since’ worden in de Engelse taal veelvuldig door elkaar gebruikt. Dit komt doordat er met beide woorden een deelzin aangeduid wordt. Toch is het niet zo dat je zelf mag kiezen welke van de twee je mag gebruiken, want er gelden regels voor. Zo gebruik je ‘because’ als er sprake is van een oorzakelijk verband. Dit woord wordt vooral gebruikt als er meer nadruk op de reden gelegd moet worden. Met ‘since’ wordt juist naar een tijd verwezen. Waar het gebruik van ‘because’ juist meer nadruk legt op de reden, ligt de nadruk bij ‘since’ juist op het resultaat.

    - We can’t come tomorrow, because Megan is ill.
    - Since we live here, I've never seen something like this.

  2. May en might

    De woorden ‘may’ en ‘might’ worden weliswaar voor dezelfde betekenissen gebruikt, maar beide woorden verschillen enigszins van elkaar. Zo wordt ‘may’ bijvoorbeeld gebruikt om uit te drukken dat iets mogelijk of feitelijk is. Je gebruikt dit woord dus als je er vrijwel zeker van bent dat iets ook daadwerkelijk gaat gebeuren. ‘Might’ hangt daarentegen juist samen met onzekerheid. Vandaar dat je dit woord gebruikt om speculatieve situaties en situaties die niet echt gebeuren uit te drukken.

    - We may go home tomorrow.
    - I might buy a new car if I win the lottery.

  3. That en which

    Wanneer je Engels spreekt of schrijft kun je niet om de woorden ‘that’ en ‘which’ heen. Het woordje ‘that’ is van belang voor de betekenis van een zin, terwijl dit voor ‘which’ niet geldt. Als ‘that’ in een zin gebruikt wordt, betekent dit vaak dat er meerdere opties zijn. ‘Which’ staat vaak aan het begin van een bijzin. Er missen details als je deze zin verwijdert, maar de betekenis van de hoofdzin blijft hetzelfde..

    - My car that has a broken motor is in the garage.
    - My car, which has a broken motor, is in the garage.

  4. Than en then

    De woorden ‘than’ en ‘then’ spreek je op dezelfde manier uit. Vandaar dat het voor mondelinge communicatie niet uitmaakt welke van de twee je gebruikt, want degene met wie je praat zal begrijpen wat je bedoelt. Bij schriftelijke communicatie is het wel belangrijk dat je onderscheid maakt tussen ‘than’ en ‘then’.‘Than’ gebruik je alleen als er een vergelijking gemaakt wordt. Is er geen sprake van een vergelijking? Dan schrijf je ‘then’. Hierdoor komt ‘then’ over het algemeen vaker voor dan ‘than’.

    - I’m taller than my sister.
    - I’ll see you then.

  5. Fewer en less

    Veel mensen gebruiken de woorden ‘fewer’ en ‘less’ op gevoel. Dit kan goed uitpakken, maar de kans is ook aanwezig dat je het verkeerde woord kiest. Om te bepalen wanneer je ‘fewer’ en wanneer je ‘less’ gebruikt, is het van belang om goed naar de zin te kijken. Aan de hand van de zin kun je namelijk afleiden welke van de twee woorden je moet gebruiken. Je kiest voor ‘fewer’ als er verwezen wordt naar een mens, dier of ding. Handige tip: je moet het kunnen tellen. ‘Less’ gebruik je om te verwijzen naar woorden die geen meervoudsvorm hebben en voor woorden die je niet kunt tellen.

    - He is working fewer hours a week.
    - He had less time to finish the test.

  6. Gebruik van present continuous (ING-vorm) in plaats van simple present

    The present continuous zorgt vaak voor problemen bij Nederlanders die Engels spreken of schrijven. Het gevolg hiervan is dat er ‘ing’ achter een werkwoord geplakt wordt terwijl volgens de regels de present simple gebruikt moet worden. Daarom is het handig om te weten hoe de vork precies in de steel zit. Je plakt ‘ing’ alleen achter een werkwoord als het om een gebeurtenis gaat die op dit moment plaatsvindt of maar tijdelijk is. Gaat het om een ‘normale’ gebeurtenis of komt de gebeurtenis regelmatig voor? Dan eindigt de werkwoordsvorm niet op ‘ing’ en gebruik je de present simple.

    - Goed: I’m working at the moment.
    - Fout: I’m working every Monday and Friday.

  7. Verschillende werkwoordstijden in 1 zin

    Een andere veelgemaakte fout in het Engels is dat er meerdere werkwoordstijden in één zin gebruikt worden. Met name zinnen die in de verleden tijd staan zorgen vaak voor problemen. Als er een woord in de zin staat dat betrekking heeft op het verleden - zoals yesterday -, denken sommige mensen dat het werkwoord ook in de verleden tijd moet staan. Toch is dit lang niet altijd het geval. Werp maar eens een blik op de onderstaande tabel.
    GoedFout
    Did you go yesterday?Did you went yesterday?
    I went to the supermarket yesterday.I go to the supermarket yesterday.
    I didn’t go to the gym yesterday.I didn’t went to the gym yesterday.
    Last week we worked every evening.Last week we work every evening.
  8. False friends

    Nederlanders vertalen sommige woorden soms rechtstreeks vertaalt naar het Engels. Vaak hebben de woorden dezelfde vorm of klank, maar verschillen ze in betekenis van elkaar. Dergelijke woorden noemen we ook wel false friends, oftewel valse vrienden. Deze benaming gebruiken we voor Engelse woorden die en Nederlandse soortgenoot hebben.
  9. Gebruik van voorzetsels

    Voorzetsels zorgen niet alleen in het Nederlands voor problemen, maar ook in het Engels. Zo bevat de Engelse taal bijvoorbeeld een aantal werkwoorden met vaste voorzetsels. Als een woord een vast voorzetsel heeft, heeft dit gevolgen voor het woord dat hierop volgt. ‘To look forward to’ is een voorbeeld van een werkwoord met vast voorzetsel. Het werkwoord dat volgt op deze combinatie wordt bijvoorbeeld altijd geschreven met de ‘ing’-vorm. Hierdoor is het bijvoorbeeld ‘We look forward to seeing you’ en niet ‘We look forward to see you’.
  10. Plaats komt voor tijd

    Tot slot maken veel Nederlanders fouten in de woordvolgorde als zij Engels praten en schrijven. Dit komt vooral doordat woorden in het Engels in een andere volgorde staan dan in het Nederlands. Dit wordt duidelijk als we een blik werpen op de tijd- en plaatsbepalingen. In het Nederlands staat de tijd doorgaans voor de plaats, terwijl in het Engels de plaats juist voor de tijd komt.

    - Nederlands: Ik ging vorig jaar op vakantie naar Amerika.
    - Engels: I went on vacation to America last year.

Fouten voorkomen

Zoals je hierboven kon lezen, worden er heel wat fouten gemaakt in het Engels. Wil jij jezelf behoeden voor deze deze meestvoorkomende fouten? Dan kun je een cursus Engels volgen, zodat je de taal onder de knie krijgt. Als je slechts één brief of document moet vertalen, vind je dit misschien wat overdreven. In dat geval kun je ervoor kiezen om een brief of document te laten vertalen door een vertaalbureau. Je weet dan zeker dat de tekst foutloos vertaald wordt.

Veelgestelde vragen omtrent de 10 meestgemaakte fouten in het Engels

Veel Nederlanders gaan de fout in met ‘because’ en ‘since’, ‘may’ en ‘might’, ‘that’ en ‘which’, ‘than’ en ‘then’ en ‘fewer’ en ‘less’. Daarnaast worden de present continuous en present simple vaak door elkaar gehaald en gebruiken mensen verschillende werkwoordstijden in één zin.

‘Because’ gebruik je in zinnen met een oorzakelijk verband, terwijl ‘since’ gebruikt wordt in zinnen waarin naar een tijd verwezen wordt. ‘Because’ legt meer de nadruk op de reden, terwijl de nadruk bij ‘since’ op het resultaat ligt.

Qua uitspraak verschillen ‘than’ en ‘then’ niet van elkaar, maar qua gebruik wel. ‘Than’ wordt bijvoorbeeld alleen gebruikt in zinnen waarin een vergelijking gemaakt wordt. Wanneer er geen sprake is van een vergelijking gebruik je ‘then’.

Om te bepalen wanneer je ‘fewer’ en wanneer je ‘less’ gebruikt, kijk je naar de zin. ‘Fewer’ gebruik je bij een verwijzing naar mensen, dieren of dingen of als het om iets gaat wat je kunt tellen. Met ‘less’ verwijs je naar woorden die geen meervoudsvorm hebben en niet telbaar zijn.

Een werkwoordsvorm eindigt op ‘ing’ als het betrekking heeft op iets wat nu plaatsvindt of van tijdelijke aard is. ‘Normale’ gebeurtenissen en gebeurtenissen die regelmatig voorkomen krijgen geen ‘ing’ achter de werkwoordsvorm.

© Copyright 2022 - Vertaalbureau Perfect B.V.